'
Gezin-overzicht
Jacobus de Maet
(*1671-†1750) 
Gezin | Voorouders (6) | Nakomelingen (65) |

1300 1400 1500 1600 1700 1800 1900 2000

Jacobus is geboren op 14 februari 1671 te Stoppeldijk. Hij is aldaar gestorven in het jaar 1750. Zijn vader is Johannes de Maet en zijn moeder is Anna Tielmans.

Jacobus de Maet is getrouwd met Janneke Janssens op 5 april 1690 te Boschkapelle.


Informatie: Landman, wagenmaker te Stoppeldijk

.
Bij de geboorte van Jacobus of kort daarna is zijn moeder overleden. Als in 1685 ook zijn vader sterft, staat hij alleen op de wereld, hij is dan nog maar zo'n 14 a 15 jaar oud.
Op 05 april 1690 trouwt hij te Boschkapelle met Johanna Janssens, hij is dan 19 jaar oud.
Een passage uit het overlijdensregister luidt: - Den 22 dito 1719 begraven, de huijsvrouw van Jacob de maat in de kerke genaamd Janneke Jansen laat na 3 bovenjarige wees. geluijd 4 poosen œ 1.4.-
Evenals zijn vader was hij wagenmaker op Rapenburg, doch tevens was hij landman. Behalve een huis met wagenmakerij en alle toebehoren, bezaten ze ook een huis met schuur en grond in Ser Pauluspolder. Deze boerderij is aangekocht van de erfgenamen van Francies de Bie voor een som van 458 ponden Vlaams, 6 schellingen en 8 grooten.
Andere bezittingen waren de vruchten te velde, gedorsen en ongedorsen granen, werkpaarden, rundvee, varkens, kippen en landbouwgereedschap.
Behalve bezittingen waren er echter ook schulden. Zo zijn er aanzienlijke leningen aangegaan voor de aankoop van de boerderij.
Er waren drie erfgenamen, namelijk Anna de Maat, gehuwd met Leendert Willemse, Jan de Maat en Adriaen de Maat.
Later zal blijken, dat Jan het beroep van wagenmaker uitoefende en Adriaen dat van landman. Behalve als voogd bij boedelinventarissen, komt Jacob de Maet ook vele malen voor als doopheffer (peter) in doopakten.
Ook was hij lid van de Compagnie Burgerij. Op de lijst van 22 december 1696 en ook op die van -monsterbare mannen in de polder van Stoppeldijck- van 11 maart 1701 wordt hij bij de gewone manschappen genoemd.
Jacobus was ook lid van het handbooggilde van Sint-Sebastiaan te Lamswaarde. Hij werd als lid van het gilde afgevoerd in 1750 daar hij was overleden.
Bron